Zo geef je je baby goed de fles – houding, drinktempo & timing
De fles geven lijkt van buitenaf vaak heel eenvoudig, tot je het voor het eerst zelf doet. In werkelijkheid is het iets wat jij en je baby samen leren, voeding na voeding. Niemand weet vanaf het begin precies hoe het moet, aan geen van beide kanten van de fles, en meestal komt er sneller een ritme in dan je misschien denkt.
Als je nog aan het leren bent hoe je je baby de fles geeft, neemt deze gids je mee door het hele verloop van een voeding – van de eerste hongersignalen tot een comfortabele voedingshouding en het herkennen van het moment waarop je baby genoeg heeft gehad.
Herken vroege hongersignalen
Baby’s laten meestal al ruim voordat ze gaan huilen merken dat ze honger hebben. Als je deze vroege signalen herkent, kan de voeding voor jullie allebei rustiger beginnen. Let bijvoorbeeld op:
- de zoekreflex: je baby draait het hoofd en opent de mond alsof hij of zij op zoek is naar voeding
- handen naar de mond brengen of vuistjes richting het gezicht bewegen
- de mond openen of zuig- en lipbewegingen maken
- onrustig bewegen of wiebelen
- alerter en actiever worden
Huilen is een laat hongersignaal en niet het startsein voor een voeding. Als het zover komt, betekent dat dus niet dat je een moment hebt gemist of iets verkeerd hebt gedaan. Een baby die al overstuur is, heeft soms gewoon even tijd nodig om tot rust te komen voordat drinken weer goed lukt.
De fles en voedingsplek voorbereiden
Een rustige voeding begint met een rustige voorbereiding. Voordat je je baby oppakt, helpt het om alles klaar te hebben:
- Bereid flesvoeding of afgekolfde moedermelk veilig volgens de aanbevolen methode.
- Gebruik babyflessen en voedingsmaterialen die goed zijn gereinigd en gesteriliseerd.
- Ga op een comfortabele plek zitten waar je rug en armen goed ondersteund zijn.
- Leg alles wat je nodig kunt hebben, zoals een doekje of iets te drinken voor jezelf, binnen handbereik.
Je baby goed positioneren tijdens het voeden met de fles
Houd je baby goed ondersteund in een half rechtop zittende houding, met hoofd en nek ontspannen in één lijn in plaats van naar voren of achteren gekanteld. Zo kan je baby comfortabel drinken en zelf meer controle houden over het tempo.
Twee dingen kun je beter vermijden: je baby plat liggend voeden en de fles zo neerzetten of ondersteunen dat je baby drinkt zonder dat jij de fles vasthoudt. In beide gevallen is het voor je baby moeilijker om de melkstroom te reguleren en te stoppen wanneer dat nodig is. De fles geven is een moment waarop je actief op de signalen van je baby reageert. De fles tijdens de hele voeding zelf vasthouden en bij je baby blijven, helpt om veilig te voeden.
Bied de speen rustig aan
Steek de speen niet meteen in de mond van je baby, maar geef je baby de kans om hem zelf aan te nemen. Strijk de speen zachtjes langs de lippen en wacht tot je baby de mond opent en hem zelf naar binnen neemt, net zoals je baby bij de borst het begin van een voeding mee bepaalt.
Het lijkt misschien een klein verschil, maar door je baby de speen zelf te laten aannemen in plaats van hem naar binnen te duwen, houdt je baby meer controle en kan de hele voeding rustiger aanvoelen. Een voeding hoeft nooit geforceerd te worden. Als je baby het tempo mee bepaalt, verloopt het drinken meestal comfortabeler en rustiger.
Regel de melkstroom en het tempo
Houd de fles grotendeels horizontaal, of slechts licht gekanteld zodat de speen met melk gevuld blijft. Zo voorkom je dat er te snel melk komt en je baby moeite krijgt om bij te blijven. Het doel is een gelijkmatige, goed beheersbare melkstroom in plaats van een snelle.
Pauzes zijn minstens zo belangrijk. Laat je baby tijdens de voeding natuurlijke rustmomenten nemen, zodat zuigen, slikken en ademhalen goed op elkaar afgestemd kunnen blijven zonder haast. Die korte pauzes zijn heel normaal; een voeding hoeft niet in één keer zonder onderbreking door te gaan.
Let op signalen voor een pauze, ongemak en verzadiging
Leren hoe je je baby de fles geeft, betekent ook leren luisteren naar de signalen van je baby. Je baby laat merken wanneer er een pauze nodig is of wanneer hij of zij genoeg heeft gehad. Let bijvoorbeeld op:
- het hoofd wegdraaien
- stoppen met zuigen of interesse verliezen
- de fles met de mond of handen wegduwen
- melk die uit de mondhoeken loopt
- hoesten, verslikken of onrustig worden
Wanneer je zulke signalen ziet, pauzeer of beëindig de voeding in plaats van je baby aan te moedigen de rest op te drinken. Ook als er nog melk in een van de babyflesjes zit, kan het een goede voeding zijn. Het respecteren van de verzadigingssignalen van je baby is een van de nuttigste gewoontes die je vanaf het begin kunt opbouwen.
Een boertje en wat je na de voeding doet
Je kunt je baby tijdens natuurlijke pauzes of na de voeding de kans geven om een boertje te laten, vooral als je baby wat ongemakkelijk lijkt. Houd je baby rustig rechtop en klop of wrijf zachtjes over de rug. Niet elke voeding levert een boertje op, en dat is helemaal normaal.
Ga met achtergebleven melk om volgens de geldende richtlijnen en maak de fles en speen daarna schoon voor de volgende voeding.
Hoe vaak en hoeveel drinken baby’s?
Dit is een vraag waarop veel ouders graag één duidelijk getal zouden krijgen, maar in werkelijkheid verschilt het. Hoe vaak en hoeveel een baby drinkt, hangt af van de leeftijd, groei, of je baby flesvoeding of afgekolfde moedermelk krijgt, en van de individuele behoeften van je baby.
De beste leidraad is niet de klok of een vaste hoeveelheid, maar de honger- en verzadigingssignalen van je baby. Bied voeding aan wanneer je baby laat merken er klaar voor te zijn en laat je baby stoppen wanneer hij of zij genoeg heeft. Zo sluit je aan bij behoeften die van dag tot dag kunnen veranderen.
Tijdens een groeispurt kan je baby tijdelijk meer honger hebben en vaker willen drinken. Meestal verandert dat patroon daarna vanzelf weer.
Als je twijfelt of je baby genoeg binnenkrijgt, kan het consultatiebureau of een andere zorgprofessional samen met jou naar het totaalbeeld kijken. Denk bijvoorbeeld aan groei en natte luiers; die zeggen vaak meer dan één afzonderlijke voeding.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt een voeding met de fles?
Daar is geen vaste tijd voor. Het is het beste om je baby het tempo te laten bepalen in plaats van de klok. Als een voeding steeds erg snel gaat, kan de melkstroom te snel zijn. Als drinken vrijwel elke keer erg moeizaam gaat, bespreek dit dan met het consultatiebureau, een arts of een andere zorgprofessional.
Hoe vaak drinken baby’s?
Dat hangt af van de leeftijd en ontwikkelingsfase van je baby en verandert in de loop van de tijd. Daarom is het nuttiger om naar de signalen van je baby te kijken dan om naar een vast aantal voedingen per dag te streven.
Pasgeborenen drinken meestal kleine hoeveelheden en vaker. Naarmate ze groeien, worden de tussenpozen doorgaans langer. Vaker willen drinken tijdens een groeispurt is normaal en meestal tijdelijk.
Hoeveel afgekolfde moedermelk moet ik aanbieden?
Laat je hierbij leiden door betrouwbare, leeftijdsgebonden adviezen in plaats van één standaardhoeveelheid, omdat de juiste hoeveelheid afhangt van de leeftijd en behoeften van je baby.
Let daarnaast op de verzadigingssignalen van je baby. Als je onzeker bent over de hoeveelheid, kan het consultatiebureau, een arts of een andere zorgprofessional advies geven dat past bij jouw baby.